Voorwaarden Rulingdienst omtrent verhuur vakantieverblijf met btw
De verhuur van een onroerend goed is in principe vrijgesteld van btw waardoor de verhuurder geen btw kan recupereren op o.m. oprichtingskosten of kosten van onderhoud aan het betreffende onroerend goed.
De verhuur van een onroerend goed is in principe vrijgesteld van btw waardoor de verhuurder geen btw kan recupereren op o.m. oprichtingskosten of kosten van onderhoud aan het betreffende onroerend goed. Een uitzondering op de regel is het verschaffen van hoteldiensten. Concreet, het verschaffen van gemeubeld logies in hotels, motels en soortgelijke inrichtingen waar aan betalende gasten onderdak verleend wordt, is niet vrijgesteld van btw met gevolg dat er wel een recht op btw-aftrek is voor de dienstverlener/hoteluitbater.
De discussie is altijd geweest hoe het onderscheid tussen een loutere verhuur en het verschaffen van hoteldiensten moet gemaakt worden. Van dat laatste kan volgens de Btw-Administratie maar sprake zijn als er sprake is van een dienstenpakket, nl. niet enkel de aanwezigheid van een onthaalservice gedurende een groot gedeelte van de dag is van belang, maar daarnaast moet ook een van de volgende diensten aangeboden worden, zijnde regelmatig onderhoud en schoonmaak tijdens het verblijf, het verschaffen en verversen van huishoudlinnen tijdens het verblijf, of het verschaffen van een ontbijt.
Onlangs heeft de Rulingdienst nog een uitspraak gedaan dat aanleunt bij de visie van de Btw-Administratie. De Rulingdienst stelt nl. dat er sprake moet zijn van een dienstenpakket dat tegen een enige forfaitaire prijs aangeboden om te kunnen spreken van een btw-belastbare hoteldienst (voorafg. besl. nr. 2020.1657, 18.08.2020). De Rulingdienst stelt in casu concreet dat een schoonmaak voor en na het verblijf van maximaal zeven dagen volstaat om van een hoteldienst te kunnen spreken. Het huishoudlinnen mag om de vier dagen vervangen worden. Als een quasi permanente bereikbaarheid gerealiseerd kan worden door middel van een digitale en telefonische receptie, dan volstaat ook voor de Rulingdienst.
-
Afrekening sociale bijdragen via Peppol: wat moet u doen?
Zoals u weet ontvangt u sinds 1 januari 2026 in principe alle facturen gericht aan uw vennootschap via Peppol. Wat als u ook uw afrekening voor uw persoonlijke sociale bijdragen voor het eerste kwartaal van 2026 via Peppol heeft ontvangen?
-
Reclame op uw auto, toch geen hogere btw-aftrek
Gebruikt u uw auto zowel privé als beroepsmatig, dan moet u het beroepsgebruik bepalen om te weten welk deel van de btw u kan recupereren op de autokosten. Het maakt daarbij niet uit of u met een volledig neutrale wagen rijdt of met een auto vol logo’s en reclame voor uw zaak.
-
Geen algemene tolerantie meer voor e-facturering
Sinds 1 januari 2026 moeten Belgische btw-plichtige ondernemingen tussen elkaar gestructureerde elektronische facturen uitwisselen. De tolerantieperiode die de eerste drie maanden van 2026 liep, is ondertussen afgelopen. In een bericht van 2 april ligt de fiscus toe wat er nog kan inzake zgn. toleranties.
Deze website gebruikt zowel eigen cookies als cookies van derden om onze diensten en navigatie op onze website te analyseren om de inhoud te verbeteren (analytische doeleinden: bezoeken en bronnen van webverkeer meten). De wettelijke basis is de toestemming van de gebruiker, behalve in het geval van basiscookies, die essentieel zijn om door deze website te navigeren.