Onroerende verhuur of recht om beroepswerkzaamheid uit te oefenen?
Het verschil tussen een onroerende verhuur is dat die in principe vrijgesteld is van btw, terwijl het recht om een beroepswerkzaamheid uit te oefenen niet is vrijgesteld.
Het gevolg daarvan is dat bij een onroerende verhuur de verhuurder weliswaar geen btw moet rekenen, maar dat de verhuurder dan in principe geen btw op de investeringen en lopende kosten in verband met het onroerend goed kan recupereren. Bij het recht om een beroepswerkzaamheid uit te oefenen is dat wel mogelijk vermits dat immers aan (21%) btw onderworpen is.
Bij een onroerende verhuur is het essentiële voorwerp de louter passieve terbeschikkingstelling van een onroerend goed. De huurder krijgt dan het recht om het goed te gebruiken alsof hij zelf de eigenaar is. Er is m.a.w. een exclusief genot. Bij een contract dat het recht verleent om een beroepswerkzaamheid uit te oefenen, bestaat het essentiële voorwerp niet in de passieve terbeschikkingstelling van een onroerend goed, maar wel in het verlenen van het recht zelf aan iemand om een beroepswerkzaamheid uit te oefenen. Er is in dat geval dus geen exclusief genot.
Klassiek voorbeeld zijn de kraampjes in het station waarbij zij het recht verkrijgen om drank, snacks, enz. te verkopen. De verkoper heeft dan duidelijk ook geen exclusief recht op die ruimte vermits hij die alleen mag gebruiken om zijn producten te verkopen.
-
Afrekening sociale bijdragen via Peppol: wat moet u doen?
Zoals u weet ontvangt u sinds 1 januari 2026 in principe alle facturen gericht aan uw vennootschap via Peppol. Wat als u ook uw afrekening voor uw persoonlijke sociale bijdragen voor het eerste kwartaal van 2026 via Peppol heeft ontvangen?
-
Reclame op uw auto, toch geen hogere btw-aftrek
Gebruikt u uw auto zowel privé als beroepsmatig, dan moet u het beroepsgebruik bepalen om te weten welk deel van de btw u kan recupereren op de autokosten. Het maakt daarbij niet uit of u met een volledig neutrale wagen rijdt of met een auto vol logo’s en reclame voor uw zaak.
-
Geen algemene tolerantie meer voor e-facturering
Sinds 1 januari 2026 moeten Belgische btw-plichtige ondernemingen tussen elkaar gestructureerde elektronische facturen uitwisselen. De tolerantieperiode die de eerste drie maanden van 2026 liep, is ondertussen afgelopen. In een bericht van 2 april ligt de fiscus toe wat er nog kan inzake zgn. toleranties.
Deze website gebruikt zowel eigen cookies als cookies van derden om onze diensten en navigatie op onze website te analyseren om de inhoud te verbeteren (analytische doeleinden: bezoeken en bronnen van webverkeer meten). De wettelijke basis is de toestemming van de gebruiker, behalve in het geval van basiscookies, die essentieel zijn om door deze website te navigeren.